Scope 1, 2 en 3 emissies uitgelegd!
Om als organisatie aan de slag te gaan met het berekenen van je CO2-uitstoot, is het eerst goed om te weten hoe dit gedaan wordt. Om de uitstoot van iets (een persoon, een bedrijf of object, zoals een auto) te berekenen, wordt er een onderscheid gemaakt tussen scope 1, scope 2 en scope 3 type uitstoot. Omdat er veel verschillende soorten bronnen van uitstoot bestaan, zijn deze categorieën in het leven geroepen. Zodra je weet wat voor soort uitstoot je verantwoordelijk bent, weet je ook wat jouw verantwoordelijkheid is om dit te verminderen.
Heel simpel gezegd is scope 1 je directe uitstoot, scope 2 je indirecte en scope 3 de uitstoot waar jij indirect verantwoordelijk voor bent. Helpt dit nog steeds niet? Lees dan verder voor een uitgebreidere uitleg en voorbeelden!
Achtergrond informatie
Scope 1, 2, en 3 zijn categorieën die worden gebruikt om de uitstoot van broeikasgassen (Green House Gas, of dus GHG) te meten en rapporteren. Ze maken deel uit van de internationale normen die zijn vastgelegd in het Greenhouse Gas (GHG) Protocol, een wereldwijd erkend raamwerk voor het meten en beheren van emissies. De CO2-Prestatieladder vindt haar fundament in dit protocol. De scopes helpen bedrijven en organisaties hun emissies te categoriseren en begrijpen waar hun grootste milieu-impact ligt.
Meer leren over hoe de verschillende scopes terug te vinden zijn in de CO2-Prestatieladder? Lees dan deze blog over de CO2-prestatieladder.
In onderstaande afbeelding worden de verschillende scopes weergegeven en ook wat voor soort emissie daaronder valt. Deze afbeelding wordt hier verder toegelicht.
Scope 1: directe emissies
Uitstoot die in scope 1 valt is je directe uitstoot. Hier komen broeikasgassen vrij op het moment dat je het gebruikt, op de plek waar je het gebruikt. Stel jij wil het gas aanzetten om te gaan koken. Zodra het vuur aangaat, komt er rook vanaf wat deze broeikasgassen de lucht in blaast. Hetzelfde geldt voor diesel of benzine verbruik. Zodra jij gaat rijden, stoot je broeikasgassen uit. Als jij stopt met rijden, stopt de uitstoot ook. Jij hebt dus direct invloed op deze uitstoot.
Scope 2: indirecte emissies van energie
Wanneer jij het licht aan doet, wordt er stroom gebruikt. Jouw lamp stoot niet direct broeikasgassen uit, maar de stroom die daarvoor nodig was wel. Deze stroom is ergens anders opgewekt en stoot dus op een andere plek broeikasgassen uit. Deze emissies worden niet door jou geproduceerd, maar zijn het resultaat van een productie ergens anders. Daarom valt elektriciteitsverbruik onder scope 2 en dus je indirecte emissies. Andere voorbeelden zijn stadswarmte of koeling dat door een externe leverancier wordt geleverd.
Scope 3: andere indirecte emissies
Eigenlijk omvat deze scope alles wat niet in scope 1 of 2 valt. Dit is de meest uitgebreide categorie en omvat alle andere indirecte emissies die plaatsvinden in de waardeketen van een organisatie. Al deze indirecte emissies zijn onder te verdelen in upstream (stroomopwaarts) of downstream (stroomafwaarts) emissies. Een voorbeeld.
Stel jij hebt een bedrijf in computers. Om deze computers te maken heb je van alles nodig: woon-werk verkeer van het personeel, kapitaal goederen, gehuurd materiaal, afvalverwerking, transport, aangekochte goederen en diensten. Dit is allemaal upstream (stroomopwaarts). Dus alles wat nodig is om jouw product, in dit voorbeeld een computer, te maken. Vervolgens worden (hopelijk!) deze computers ook gekocht en gebruikt. Hier komt ook transport bij kijken, het verbruik van de computers maar ook de verwerking van wanneer het product wordt weggegooid. Dit zijn al je downstream (stroomafwaarts) emissies. Kort samengevat: iets is een upstream emissie wanneer de activiteit plaatsvindt vóór het product klaar is en een downstream emissie na de oplevering van het product.
Scope 3-emissies zijn vaak het meest uitdagend om te meten, omdat ze afhangen van gegevens die buiten de directe controle van de organisatie liggen. Toch vormen ze vaak het grootste deel van de totale koolstofvoetafdruk van een organisatie.
De indeling in deze verschillende scopes kunnen organisaties helpen beter te begrijpen waar hun emissies vandaan komen en gerichte strategieën ontwikkelen om hun totale broeikasgasvoetafdruk te verminderen. Wij bij De Duurzame Adviseurs helpen jullie graag verder met het inzichtelijk maken van jullie uitstoot!
Zoals we in onze eerdere blog over de verschillende niveaus van de CO₂-Prestatieladder toelichten, lag in Handboek 3.1 de nadruk tot en met niveau 3 vooral op het inzichtelijk maken en reduceren van scope 1- en scope 2-emissies. Pas vanaf niveau 4 werd van organisaties verwacht dat zij ook hun scope 3-emissies structureel meenamen. Omdat scope 3 vaak het meest complex en arbeidsintensief is, kozen veel organisaties er bewust voor om te starten op niveau 3, om zo ervaring op te doen met het systeem en interne processen op orde te brengen.
Met de komst van Handboek 4.0, dat SKAO op 14 januari 2025 heeft gepubliceerd, veranderde deze opzet. De niveaustructuur is herzien en de focus verschuift sterker naar ketensamenwerking en continue verbetering, waarbij scope 3 een prominentere rol krijgt vanaf de lagere niveaus. Op trede 1 moet een organisatie haar scope 1- en 2-uitstoot in kaart brengen.
Vanaf trede 2 komen hier ook de scope 3 emissies bij. Dit sluit aan bij bredere ontwikkelingen in wet- en regelgeving en de toenemende verwachting dat organisaties verantwoordelijkheid nemen voor hun impact in de hele keten.
Benieuwd naar alle wijzigingen in Handboek 4.0 van de CO2-prestatieladder? Lees het in onze blog ‘Handboek 4.0 van de CO2-prestatieladder: wat is het en wat zijn de veranderingen’
Sparren over jouw situatie?
Meer weten over onze werkwijze of heb je hulp nodig bij het inzichtelijk krijgen van jouw emissies?
Meer informatie over ons CO 2 traject
Vraag vrijblijvend een kennismaking aan